In 1974 startte Tomos met de productie van een nieuw model, de Sprint. Merken als Yamaha, Zündapp en Kreidler hadden inmiddels een belangrijk aandeel in de markt verschaft met hun brommers voorzien van een buddyseat. De meest verkochte Tomos op dat moment was de 4L. Deze was, net als een fiets, voorzien van een enkel zadel en een bagagedrager. Eigenlijk was dit model achterhaald. Tomos moest mee en besloot een nieuw concept aan te boren.
De eerste versie van de Sprint werd uitgevoerd met 16 inch spaakvelgen, trommelremmen voor en achter waarbij de voorste trommelrem geventileerd was. Als krachtbron werd gekozen voor de 4S motor. Deze was een doorontwikkeling van de betrouwbare 4L motor waarbij de geforceerde koeling werd vervangen door een rijwind gekoelde cilinder.

Tomos experimenteerde al volop met een elektronische ontsteking voor de onderhoudsgevoelige contactpuntontsteking. De vroege Sprints, waarschijnlijk wel de meest verkochte exemplaren, hadden nog gewoon de ouderwetse magneetontsteking voorzien van een condensator en contactpunten. De eerste elektronische ontstekingen werden pas gemonteerd lopende het productiejaar 1976.
Voor de Nederlandse markt werd gekozen voor de 49cc uitvoering omdat de Nederlandse wetgeving een maximum cilinderinhoud van 50cc verplicht gesteld had voor bromfietsen. Het nieuw ontworpen buizenframe gaf de brommer een sportief uiterlijk.

In 1978 volgde een update. De Sprint 4S electronic werd voorzien van lichtmetalen spaakvelgen, een hydraulisch bediende schijfrem aan de voorzijde en een elektronische ontsteking op de 4S motor.

In 1980 stopte Tomos met de productie van de Sprint 4S. En dat was niet omdat de Sprint niet voldeed. Wederom was een externe partij de oorzaak van brommerleed. De premie voor de verzekering van voet- of handgeschakelde bromfietsen was enorm toegenomen. Hierdoor was de vraag naar de Sprint enorm afgenomen. Het doek was gevallen voor de Sprint. Tomos zou zich vanaf dat moment in Nederland alleen toeleggen op brommers met motoren voorzien automatisch geschakelde versnellingsbakken.
Een Tomos Sprint is vandaag de dag een zeldzame verschijning op de Nederlandse weg. Voor zover wij weten zijn er, op het moment van schrijven, slechts 5 Sprints voorzien van een Nederlands brommerkenteken. Daarnaast zijn er nog een aantal die niet voorzien zijn van een brommerkentekenbewijs. Eigenlijk is dat heel jammer. Het is namelijk een geweldige brommer.

Wij kwamen enige jaren geleden in het bezit van een 1e type uit 1977. Bij het onderzoek bleek de Sprint geen schade te hebben. De brommer was de moeite waard om flink beet te pakken. Er werd een lijst gemaakt van alle onderdelen die versleten of defect waren. Het verzamelen van de onderdelen kon beginnen. Voor een Sprint is dat echter een behoorlijke klus. Er is in Nederland bijna niets meer aan onderdelen van dit model te koop. En dus werd de markt in Slovenië en Slowakije afgestruind. Een prijzige bezigheid want ook daar is men op de hoogte van de schaarste van de onderdelen. Inmiddels hebben we ongeveer 80% van de benodigde onderdelen in huis.

De motor werd gereviseerd en meteen voorzien van een 5e versnelling. Het voordeel is dat hiermee het toerental behoorlijk omlaag gaat. Laten we wel wezen, we zijn geen 16 meer en het geluid van een jankende motor hebben we onderhand wel gehad. Uiteraard willen we wel het vertrouwde geluid van de 2-takt motor horen maar dan in een lager toerentalgebied. Omdat we niet alle gewenste onderdelen in ons bezit hebben, hebben we besloten om de brommer nog niet te restaureren maar wel flink op te knappen. Zodra alles compleet is zal de Sprint weer helemaal uit elkaar gaan. Dat worden dus uren in de werkplaats vertoeven, radio aan en een hoop lol.







